Arbeidsmarkt versus sociale zekerheid (copy)

arbeidsmarkt

Optimaliseren binnen de bestaande verhoudingen

Arbeidsmarkt versus sociale zekerheid

Het matchen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, het bevorderen van de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking, het beperken van het beroep op de sociale zekerheid: het zijn taaie onderwerpen waarover Fred Paling zich de afgelopen tien jaar heeft gebogen. Hij signaleert de voornaamste knelpunten en doet aanbevelingen voor een efficiënte aanpak.

DOOR Fred Paling

Deel dit verhaal

De afgelopen maanden zijn er diverse rapporten verschenen die een beeld geven van de huidige problemen in het functioneren van de arbeidsmarkt in relatie tot het sociale zekerheidsstelsel, zoals die van de commissie Borstlap en de WRR. Ze laten zien dat we in die tien jaar niet voldoende vooruitgang hebben geboekt in het vergroten van onze gezamenlijke effectiviteit. Daarbij komt als vanzelf de werking van de bestaande publieke en private instituties op de arbeidsmarkt aan de orde. De coronacrisis heeft de in de analyses beschreven kwetsbaarheden in het stelsel sterk uitvergroot. Wat is er nodig om nu snel tot een effectieve aanpak te komen? Kort gezegd zijn belangrijkste knelpunten:
– het ontbreken van een loket om mensen van werk naar werk te begeleiden,
– een onduidelijke taakverdeling tussen de verschillende organisaties in de begeleiding van mensen vanuit een uitkering naar werk,
– volatiele en soms conflicterende keuzes in de verdeling van capaciteit en geld over de verschillende doelgroepen. 

De coronacrisis heeft de kwetsbaarheden in het stelsel sterk uitvergroot

Een taai onderwerp

Het gesprek, debat of misschien wel dispuut over de inrichting van het stelsel en de instituties is niet nieuw. Al vele malen is in beide ingegrepen. Dat heeft veel tijd en geld gekost en heeft niet geleid tot een fundamentele verbetering. De besluitvorming rond arbeidsmarkt en sociale zekerheid is verdeeld over de landelijke en de lokale politiek, en de sociale partners. Inherent is dat de opvattingen van partijen verschillen. Het gesprek over een effectieve aanpak van de verschillende vragen op de arbeidsmarkt wordt niet alleen gehinderd door een grote mate van volatiliteit in politieke opvatting en de dominantie van institutionele belangen, maar ook door gebrek aan een goede analyse van de verschillende rollen of waarden die werk vertegenwoordigt en wat dat betekent voor het stelsel (of de stelsels) en het samenstel van instituties dat daarin moet samenwerken. De decentralisaties in 2015 hebben het speelveld nog complexer gemaakt. De nieuw verworven gemeentelijke beleidsvrijheid was moeilijk te verbinden met de noodzaak te komen tot een logische inrichting van het domein ‘werk’ op regionaal niveau. Niet in de laatste plaats vanwege de wens op lokaal niveau het hele sociaal domein integraal te benaderen, veelal meer op het niveau van de wijk dan voor de gemeente als geheel. Met het overdragen van taken naar de gemeenten is ook de rol van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als architect van het stelsel de afgelopen jaren op de achtergrond geraakt. Gemeenten hebben op verschillende momenten benadrukt dat zij geen opdrachtnemers zijn van het ministerie. Daarmee ontbreekt het ook aan een eenduidige visie op de inhoud en aan regie op het proces. Misschien wel vanwege de onduidelijke verdeling van taken en verantwoordelijkheden is er een bredere verzameling aan overleggremia tot stand gekomen. Hierbij zijn bijvoorbeeld de VNG, sociale partners, Divosa en uitvoeringsorganisaties betrokken. De zogenaamde werkkamer en de programmaraad zijn daar de belangrijkste voorbeelden van. Als bestuurder bij het UWV heb ik de afgelopen tien jaar aan dit overlegcircuit deelgenomen. Tot mijn spijt moet ik bekennen dat wij door de jaren heen als collectief minder hebben bereikt dan we hadden gewild. De conclusies van de rapporten van Borstlap en de WRR onderstrepen dat. Opvallend is dat het gesprek in deze gremia niet alleen gehinderd wordt door volatiliteit in politieke opvatting. Ik merk dat elke partij vanuit zijn eigen invalshoek zoekt naar goede oplossingsrichtingen voor problematiek, waarbij vooral de eigen organisatie de oplossing aanbiedt. Dus komt het er al snel op neer dat het UWV kijkt hoe het een brede dienstverlening voor de beroepsbevolking kan vormgeven, de gemeenten doen datzelfde en ook de vakbonden zoeken manieren om hun leden daarbij te helpen. Van alle partijen is dit goedbedoeld en welwillend, maar wat in mijn ogen te vaak ontbreekt, is een goede probleemanalyse. Hieronder versta ik een analyse van de verschillende rollen of waarden die werk vertegenwoordigt en wat dat betekent voor het stelsel (of de stelsels) en het samenstel van instituties dat daarin moet samenwerken. Hieruit kan dan een collectieve uitdaging of stip op de horizon voortvloeien, die we met begrip voor de belangen en kwaliteiten van alle betrokken partijen in het veld gaan aanpakken. Ik zie de gevolgen van de coronacrisis als de ultieme noodzaak om snel tot een effectieve verdeling van taken en middelen te komen. En gelukkig zag ik dat er in de afgelopen periode ook stappen in die richting werden gezet. Maar eerst een poging om het complexe vraagstuk te ontrafelen.

De waardes van werk

In essentie start deze analyse met de verschillende waardes die werk vertegenwoordigt in onze samenleving. Het gaat dan om het verschil tussen: – werk als economische waarde, – werk als onderdeel van sociale zekerheid, – werk als voorwaarde voor maatschappelijke participatie. Elke waarde kent een of meerdere dominante organisaties die hun perspectief vertegenwoordigen. Vaak zoeken die organisaties oplossingen voor vraagstukken die passen bij hun eigen perspectief. Een werkgever wil vanuit zijn ‘economische- waarde-perspectief’ vooral zorgen voor de juiste hoeveelheid personeel met de meest passende competenties in een wereld vol dynamiek. Dus flexibel personeel kunnen aannemen en weer afschalen als de economie daarom vraagt. Voor een verzekeraar (publiek of privaat) die een arbeidsongeschiktheidsverzekering in portefeuille heeft, is werk een manier om de uitkeringslasten terug te brengen. In een wijk met maatschappelijke problemen en hoge werkloosheid is werk een krachtig middel om de situatie van individuen en de leefomgeving te verbeteren. Het zijn drie verschillende, maar in zichzelf legitieme invalshoeken bij het beschouwen van het belang van werk. Die invalshoeken leiden weer tot verschillende afwegingen ten aanzien van bevoegdheden, verantwoordelijkheden, instrumenten en inzet van mensen en financiële middelen. Het erkennen en accepteren van de verschillende invalshoeken zou al een enorme winst voor het gesprek opleveren. Ik nodig de partijen uit om zich vooral in elkaars positie te verplaatsen, begrip te hebben voor elkaars gezichtspunten en ook de kwaliteiten van elke positie in te zien. Er is niet één uniform arbeidsmarktvraagstuk en dus ook niet één oplossing. Bijgevoegd kader kan bijdragen aan inzicht in de verschillen en overeenkomsten. Van daaruit ontstaat ruimte om naar de toekomst te kijken. Wat mij betreft moeten we vooral niet toe naar grootse structuurwijzingen, maar optimaliseren binnen de bestaande verhoudingen. Bepalen wat er nodig is voor wie en wat de meest aangewezen partij is (gegeven de hierboven beschreven verschillende invalshoeken) om het voortouw te krijgen. Om hierop een voorschot te doen, heb ik op basis van mijn ervaring het volgende advies.

Optimaliseren

In een klein land als Nederland, met een sterke economische afhankelijkheid van Europa, is het onverstandig om de verantwoordelijkheid voor het functioneren van de arbeidsmarkt op lokaal niveau te beleggen. Het voldoen aan de dynamische vraag op de arbeidsmarkt en het vinden van werk dat past bij talenten en ambities zijn niet gebaat bij geografische belemmeringen. De verleiding zou daarom kunnen zijn om bij wijze van groene-weide-benadering de verantwoordelijkheden die op dit terrein de afgelopen jaren bij gemeenten zijn belegd te re-centraliseren en de concrete aanpak vervolgens regionaal in te richten. Zo zou er min of meer grenzeloos kunnen worden gematcht en tegelijkertijd voldoende slagkracht en nabijheid worden georganiseerd. Dit betekent een enorme ingreep in de ingezette decentralisatie, wat op zichzelf weer voor weerstand en jarenlange interne gerichtheid zou zorgen. Mijn advies zou daarom zijn om stevig te optimaliseren binnen de bestaande verhoudingen. Zeker met de druk die de coronacrisis nu geeft op de arbeidsmarkt. Wat zou dat concreet moeten betekenen? Beleg alle activiteiten die te maken hebben met organiseren van maatschappelijke participatie (vrijwilligerswerk en dagbesteding) en het werkfit maken van personen die mogelijk nog een stap naar de arbeidsmarkt kunnen maken bij de gemeenten, ongeacht de uitkering die de betrokkenen hebben. Laat de financiële verantwoordelijkheid voor de inzet van re-integratie-instrumenten (inclusief werkvoorzieningen) bij de organisatie die de uitkering verstrekt. Waar een beroep wordt gedaan op derden (re-integratiebedrijven of gemeenten als het gaat om werkfit maken) zou dat moeten gebeuren op basis van een beperkt aantal landelijk uniforme arrangementen met een flexibele invulling en een vast tarief. Beleg het casemanagement voor alle uitkeringsgerechtigden bij de organisatie die de uitkering verstrekt (UWV, gemeente of ERD). De casemanager heeft de regie over en bewaakt de voortgang van alle activiteiten die worden ingezet, van werkfit maken tot en met de ondersteuning op het werk.

Hier ligt ook de beslissing over de vraag of en zo ja wanneer welk instrument wordt ingezet (zeker wanneer er sprake kan zijn van een langjarig uitkeringsrecht met een hoge schadelast). Beleg alle activiteiten die te maken hebben met het matchen van vraag en aanbod van werkfitte personen bij een landelijke organisatie, ongeacht of mensen van werk naar werk gaan, schoolverlater zijn of een uitkering hebben. Waar subsidie of ondersteuning (jobcoach et cetera) nodig is, vindt overleg plaats met de uitkerende instantie die over het budget beschikt. Alle subsidies en voorzieningen zijn vormgegeven in landelijk uniforme kaders met vaste bedragen, zodat er in individuele situaties alleen sprake is van ja/nee-beslissingen. Beleg de makelaarsrol voor alle vragen die te maken hebben met leren en ontwikkelen bij diezelfde organisatie. Voor zover er overheidsbudget beschikbaar is voor leren en ontwikkelen (anders dan re-integratie van uitkeringsgerechtigden), beleg de verantwoordelijkheid voor de optimale inzet daarvan ook hier. Laat de concrete leer- en ontwikkelactiviteiten uitvoeren door bestaande onderwijsorganisaties. Ook hier weer zoveel mogelijk op basis van een beperkt aantal uniforme financiële arrangementen. Huisvest de medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het casemanagement van uitkeringsgerechtigden, het matchen van vraag en aanbod en het makelen van leer- en ontwikkelactiviteiten waar mogelijk fysiek bij elkaar. Benut elke verhuisbeweging om hier naartoe te werken. Beleg de regie op deze beweging op regionaal niveau. Geef de sociale partners een prominente plek in de besturing van deze organisatie. Daar zit de directe betrokkenheid bij het succes van deze activiteiten. Door het op deze wijze aanscherpen van de spelregels en het zetten van heldere lijnen op het veld kunnen een aantal langlopende discussies in het team worden beslecht en kunnen de verschillende spelers zich concentreren op het winnen van de wedstrijd: meer mensen bestendig aan de slag in goed werk!

Klik om te vergroten

In een klein land als Nederland is het onverstandig om de verantwoordelijkheid voor het functioneren van de arbeidsmarkt op lokaal niveau te beleggen

Ministerie aan zet

Omdat er veel organisaties zijn (zowel publiek als privaat) die een institutioneel of commercieel belang hebben bij een bepaalde oplossingsrichting is het essentieel dat de partij die verantwoordelijk is voor de architectuur van het stelsel opnieuw krachtig de regie neemt. Niet met een nieuwe blauwdruk, maar met een schets van een taakverdeling op hoofdlijnen en een bijbehorende verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en middelen. Hier ligt een uitgelezen kans voor het ministerie van SZW en ultiem bij de verantwoordelijke bewindspersonen.

Fred Paling was tot 1 september 2020 voorzitter van de Raad van Bestuur van het UWV. Per 21 september is hij bestuursvoorzitter van GGZ InGeest in Amsterdam.


    Warning: Undefined array key -1 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/sociaalbestekpremium.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 965
  • Arbeidsmarkt versus sociale zekerheid (copy)

    Vorige artikel

    Warning: Undefined array key 0 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/sociaalbestekpremium.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 928
  • Arbeidsmarkt versus sociale zekerheid (copy)

    Volgende artikel

Sociaal Bestek is een uitgave van Virtùmedia.

Redactie

Yvet Bommeljé, voorzitter redactie
János Betkó, lid
Margaretha Buurman, lid
Marcel van Druenen, lid
Stan Verhaag, lid
Codrik van de Wetering, lid
Tea Keijl, eindredacteur
Thomas van Roijen, webredacteur
Email

Klantenservice

Virtùmedia
Postbus 595
3700 AN Zeist
+31 (0) 85 040 74 00
Email