Taalhuis Oostland (copy)

inburgering

Verbinding maken tussen mensen, organisaties en de samenleving

Taalhuis Oostland

Het Taalhuis Oostland bestaat zes jaar en is in die tijd tot grote bloei gekomen. Mede vanwege het succes in Oostland is in het nieuwe landelijke actieplan Tel mee met Taal 2020 – 2024 een prominente rol weggelegd voor de Taalhuizen en krijgen ze door certificering een officiële status.

DOOR Thomas Bersee

Deel dit verhaal

De verwachting is dat met de nieuwe inburgeringswet in 2021 de positie van de Taalhuizen verder zal worden verstevigd. Taalhuizen zijn een betrekkelijk nieuw fenomeen. Het concept ‘Taalhuis’ werd ongeveer acht jaar terug gelanceerd door Stichting Lezen & Schrijven (L&S) in samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek (KB).1 De idee was dat voor de effectieve aanpak van laaggeletterdheid de gezamenlijke inspanning van lokale partijen nodig was. ‘Slim samenwerken loont’ was het motto, waarbij gepleit werd voor de inzet van vrijwilligers om maar zoveel mogelijk laaggeletterden te kunnen helpen. Het Taalhuis Oostland dateert van 2014 en is daarmee een van de eerste Taalhuizen van Nederland.2 Inmiddels is er in vrijwel elke gemeente een Taalhuis, en dat met professionele ondersteuning van L&S en de KB. Tegenwoordig wordt ook wel gesproken van een Digi-Taalhuis omdat het niet alleen gaat om taal maar ook om digitale vaardigheden. ‘Een Digi- Taalhuis is een samenwerkingsverband van verschillende lokale organisaties die in opdracht van de gemeente en samen met de gemeente werken aan een integrale aanpak van laaggeletterdheid en overige basisvaardigheden’, zo luidt de definitie van L&S en de KB. De openbare bibliotheek is veelal de coördinator van het lokale samenwerkingsverband en is doorgaans de fysieke plek waar de activiteiten worden uitgevoerd. Bij het Taalhuis Oostland, met vestigingen in Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland, is dat ook het geval. Bibliotheek Oostland werkt samen met VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland en Stichting Welzijn en Ondersteuning Pijnacker-Nootdorp (SWOP). Tevens is er samenwerking met het ROC Mondriaan, dat de bibliotheek gebruikt als cursuslocatie voor het volwassenenonderwijs. Voorts geeft in de bibliotheek SeniorWeb computerles aan ouderen. Taalhuis Oostland telt momenteel 180 vrijwilligers die taal- en computerondersteuning geven aan ongeveer 400 deelnemers. Drie professionals zorgen voor de begeleiding en deskundigheidsbevordering. Esther de Wit is als opbouwwerker jarenlang werkzaam geweest in Den Haag en maakte zo’n tien jaar geleden de overstap naar Bibliotheek Oostland. Zij heeft het Taalhuis opgericht en is nu algemeen coördinator. Zij vertelt: ‘We noemen ons dan wel taalhuis of digi-taalhuis, maar taal- en computervaardigheid zien we niet als doel, maar als middel voor sociale redzaamheid en maatschappelijke participatie. Het startpunt is het ontdekken en het direct inzetten van het talent van mensen. We kijken wat iemand kan en wil.’

PiëzoMethodiek

In het Taalhuis wordt gewerkt met de zogeheten PiëzoMethodiek, een ontwikkelingstraject voor volwassenen in een achterstandspositie.3 Vergelijkbaar met de treden van de participatieladder worden daarbij de volgende vijf fases onderscheiden: activering, educatie, vrijwilligerswerk, opleiding en betaald werk. De uitdaging is om elke deelnemer te brengen naar een fase die het best past bij de individuele mogelijkheden en ambitie. De uitkeringsinstantie (de Sociale Dienst of het UWV) moet evenwel met de voorgestelde fase instemmen, en helaas gebeurt het weleens dat iemand aan het werk moet, terwijl een goede opleiding voor zijn of haar toekomst beter zou zijn.

Taalondersteuning

De taalondersteuning is primair gericht op mensen met een migratieachtergrond. Dat kan zijn voorafgaand, tijdens of na afloop van een inburgeringscursus. ‘Taal leer je pas echt goed door heel veel te oefenen en het in praktijk te brengen. Belangrijk is dat mensen hun spreekangst overwinnen. Dat kan hier. Het Taalhuis is een veilige en informele leeromgeving, fouten maken mag en het stellen van vragen wordt gestimuleerd’, aldus Esther. Voorts gaat het ook om de ontmoetingsfunctie. Esther: ‘Veel deelnemers leiden een nogal geïsoleerd bestaan. Hier in het Taalhuis kunnen ze kennismaken met de Nederlandse cultuur, nieuwe contacten opdoen en hun sociale netwerk uitbreiden. Ze gaan zich meer thuis voelen, en voor een succesvolle integratie is dat van groot belang.’

De deelnemers komen uit alle windstreken, bij elkaar gaat het om meer dan 50 nationaliteiten. Ze worden door onder meer VluchtelingenWerk doorverwezen naar het Taalhuis, of ze worden thuis opgezocht door zogeheten bezoekmannen of –vrouwen. Dit zijn ingeburgerde vrijwilligers die als ervaringsdeskundige beter dan wie ook in staat zijn om nieuwe inwoners te bewegen om naar het Taalhuis te komen. Het taalaanbod is rijk en gevarieerd. Voor ieder wat wils. Tijdens het intakegesprek wordt bekeken welk leertraject het beste bij iemand past. Dat kan bijvoorbeeld zijn: een-op-een begeleiding door een taalmaatje, een conversatiegroep of leeskring in het taalcafé, of specifieke bijeenkomsten en trajecten gericht op zaken als opvoeding, ouderparticipatie, gezondheid, financiële redzaamheid, opleiding en werk.

Computerhulp

De computercursussen zijn vooral in trek bij 50-plussers die de aansluiting met de digitale samenleving hebben gemist. In tegensteling tot de taalondersteuning komen hier ook veel autochtone Nederlanders op af. E-mailen, sociale media, online winkelen, het gebruik van tablet en smartphone, privacy en veiligheid, en vooral de omgang met de e-overheid komen aan bod. ‘Het belangrijkste leerdoel is het wegnemen van computerangst en het opbouwen van zelfvertrouwen. We proberen ook zoveel mogelijk in te spelen op de individuele leervragen zodat de deelnemers de leerstof direct kunnen toepassen op de zaken die voor hen van belang zijn’, aldus Esther. In het kader van het landelijke project Digitale Inclusie van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) en de KB, zal volgend jaar een Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) worden ingericht. Burgers kunnen er terecht voor hulp bij de digitale communicatie met de overheid en publieke instanties (onder andere gemeente, Belastingdienst, UWV, SVB, DUO, CAK, CIZ, CJIB en CBR.4 Het informatiepunt zal bemenst worden door vrijwilligers en bibliotheekmedewerkers die daarvoor een speciale training krijgen.

‘Het is allemaal wat onwennig en surrealistisch, maar ik geef weer een training aan nieuwe vrijwilligers’

Vrijwilligers

Het Taalhuis is gebouwd op vrijwilligerswerk. Alle vrijwilligers krijgen een basistraining van vier dagdelen die is ontwikkeld door L&S. De training wordt gegeven door Esther de Wit. Vrijwilligers kunnen vervolgens kiezen voor een functie waar ze het meest voor voelen. Het kan gaan om het bemensen van taalspreekuren en het afnemen van intakes, gespreksleider zijn in het taalcafé, een-op-een begeleiding geven als taalmaatje, het begeleiden van specifieke groepen (vrouwen, jongeren, Eritreeërs en dergelijke), het verzorgen themacursussen (thuistaal, taal naar werk, taal op de werkvloer et cetera), bij gezinnen thuis voorlezen (VoorleesExpress) of het bieden van computerhulp. Ongeveer 35 procent van de vrijwilligers is 70+, een kleine 40 procent is tussen 50 en 70, en de rest is jonger dan 50 jaar. Circa twee derde is vrouw en een derde is man. Doorgaans zijn ze hoogopgeleid. Na hun pensionering of naast hun werk willen zij hun kennis en ervaring op een nuttige manier inzetten. ‘In onze gemeentes is er een grote burgerzin en de inwoners willen graag iets terugdoen voor de lokale gemeenschap’, zegt Esther. Soms zijn het ook jongeren die werkervaring willen opdoen of mensen met bijvoorbeeld een burn-out die het gebruiken als een middel tot re-integratie. Vrijwilligers zeggen vaak dat zij er veel voldoening en energie van krijgen, maar vooral dat zij ook veel leren van de contacten. In sommige gevallen resulteert dat zelfs in vriendschap.

Corona

Vanwege de coronacrisis is de bibliotheek bijna drie maanden dicht geweest. Esther: ‘We hebben eerst alle vrijwilligers van 70-plus gebeld en een week of twee daarna al onze overige vrijwilligers om te vragen hoe het met ze ging en of we iets voor ze konden doen.’ Over het algemeen kunnen de vrijwilligers zich goed redden. De meeste taalkoppels houden onderling contact, buiten de bibliotheek, soms met al dat mooie weer gewoon in de buitenlucht, en dat natuurlijk strikt volgens de RIVM-richtlijnen. Mondelinge taalvaardigheid kan via een gezellig telefoongesprek worden geoefend, bijvoorbeeld met beeldbellen via WhatsApp, en in een enkel geval worden de taalopdrachten gewoon door de brievenbus gegooid. Op de website van het Taalhuis staan tips voor thuisblijvers. Deelnemers kunnen vanuit huis aan de slag in de digitale leeromgeving van Oefenen.nl en voorts tal van andere nuttige websites raadplegen. Daarnaast zijn er webinars en virtuele groepsbijeenkomsten met Skype, Teams en Jitsi. Daarbij wordt dankbaar gebruikgemaakt van de educatieve adviezen van Het Begint met Taal, een landelijke ondersteuninstelling voor taalcoaching. In juni is de bibliotheek weer voorzichtig opengegaan, en dat volgens het landelijk bibliotheekprotocol gebaseerd op de RIVM-richtlijnen. Esther: ‘We zijn weer begonnen met een beperkt aantal groepsactiviteiten. Het is allemaal wat onwennig en surrealistisch, maar nu geef ik weer een training aan nieuwe vrijwilligers, en voor een goede kennismaking is het toch van belang dat je elkaar in levenden lijve ziet.’

Deelnemer Bahare uit Iran
Bahare (41 jaar) kwam in 2012 met haar gezin vanuit Iran naar Nederland. In haar geboorteland werkte Bahare tien jaar in de civiele techniek. Eerst woonde ze in Hoofddorp waar ze taalles volgde, maar ze leerde pas echt Nederlands spreken toen ze naar Pijnacker verhuisde en zich inschreef bij het Taalhuis. ‘Daar werd mij verteld dat ik moest praten en dat fouten maken niet erg is. Al snel ging het een stuk beter en kreeg ik meer zelfvertrouwen, en na een jaar slaagde ik voor mijn inburgeringsexamen.’ Bahare heeft door de activiteiten van het Taalhuis nieuwe mensen leren kennen, vriendinnen gemaakt en meer contact gekregen met Nederlanders. Ze zegt dat het Taalhuis haar een thuisgevoel heeft gegeven en dat ze zich Nederlander is gaan voelen. Ze verricht nu als vrijwilliger administratieve werkzaamheden in het Taalhuis en is op zoek naar een betaalde baan in haar vakgebied. ‘Daar krijg ik hulp bij van een vrijwilligster. Samen schrijven we sollicitatiebrieven, maken een CV en oefenen een sollicitatiegesprek. Ik ben zo blij met het Taalhuis, mensen staan hier altijd voor je klaar. Stap voor stap word ik in alles beter!’

Deelnemer Tesfit uit Eritrea
Tesfit (32 jaar) kwam in 2016 vanuit Eritrea naar Nederland. Twee jaar later volgden zijn vrouw en kind. Nu woont het gezin met die kinderen in Bleiswijk. Er zijn in het Taalhuis bijeenkomsten die speciaal gericht zijn op mensen die uit Eritrea komen. ‘We leren er bijvoorbeeld hoe de kinderopvang werkt in Nederland. Nu ik in Nederland woon, vind ik dat ik de taal goed moet leren, dan kan ik met mensen praten in winkels en op straat. Als mij Nederlands goed genoeg is, wil ik een baan vinden. Werken in een garage of een winkel, of iets doen in de logistiek. Ook dat leer ik bij de bibliotheek: hoe en waar ik werk kan vinden. Dat is heel belangrijk!’

 

Deelnemer Nicole, Nederlands als eerste taal (NT1)
Nicole (35 jaar) woont met haar vriend in Delfgauw en werkt in een winkel. ‘Ik groeide op in Limburg, waar ik na groep vier in het praktijkonderwijs terecht-kwam. Ik had moeite met lezen en schrijven en ervoer school als negatief. Ik schaamde mij, maar miste de motivatie om hulp te zoeken. Vooral brieven van officiële organisaties zoals de woningbouwvereniging zijn voor mij moeilijk te begrijpen.’ Via de gratis bellijn van Stichting Lezen & Schrijven (0800-023 4444) kwam ze bij het Taalhuis. Daar kreeg ze een persoonlijk advies en werd doorverwezen naar het ROC Mondriaan, dat in de bibliotheek NT1-cursus-sen verzorgt. ‘Dat was een hele stap, maar ik heb doorgezet. Als jongste kwam ik in een klas met alleen mannen. Toen ik de eerst keer iets op het bord moest schrijven, was dat heel spannend.’ Nicole heeft ook een taalmaatje met wie ze lezen, schrijven en ook rekenen oefent.  Ze heeft een bibliotheekpas waarmee ze boeken in eenvoudige taal leent. Lezen gaat ze steeds leuker vinden. ‘Door de hulp van het Taalhuis en de steun van mijn vriend heb ik de knop kunnen omzetten en werk ik nu aan mijn ontwikkeling. Hier in het Taalhuis zijn altijd mensen die je helpen om dingen te regelen, maar in de toekomst hoop ik niet meer afhankelijk te zijn van andere mensen.’

Vrijwilliger Paul, taalspreekuur
Paul ging in 2014 met pensioen. Hij was afdelingshoofd bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Met zijn vrije tijd en ervaring wilde hij graag iets doen. Hij vindt het dankbaar werk om mensen te helpen bij het leren spreken van de Nederlandse taal. Hij verzorgt tweemaal per maand het taalspreekuur. Als mensen niet of slecht Nederlands of Engels spreken, dan is het een uitdaging om erachter te komen wat hun taalwens is. ‘Voor veel mensen is het een hele stap om naar het spreekuur te komen. Ze voelen zich echter snel op hun gemak door onze informele aanpak. Na het intakegesprek zijn ze dankbaar en blij. Ze vinden het fijn dat we de tijd nemen om te luisteren.’

Vrijwilliger Daphne, vrouwengroep
Daphne werkte 42 jaar als ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, de laatste jaren als personeelsadviseur. Niets doen leek haar helemaal niet fijn en daarom ging ze na haar pensionering aan de slag als taalvrijwilliger. ‘Met een twaalftal deelnemers komen we op woensdagochtend bij elkaar om over allerlei onderwerpen te lezen en te praten. Vooraf zoek ik op Internet allerlei interessante teksten op. De herkomst van de deelnemers verschilt sterk, van Syrië tot Somalië en van Azerbeidzjan tot China. Sommigen leven in een klein wereldje, hun gezin en soms enkele landgenoten. De taalontmoetingen vergroten die wereld. Dat geeft ze meer vertrouwen, zowel in zichzelf als in de Nederlandse samenleving. Ze houden er nieuwe vriendinnen aan over, een vervolgstudie of zelfs een baan. Elke week stap ik met veel energie de bibliotheek binnen en ik ga met nog meer energie naar huis.’

Vrijwilliger Jenny, taalmaatje
Jenny is opgeleid als fotograaf en werkte jarenlang in een fotowinkel. In 2016 werd zij taalmaatje, ‘Mijn eerste taalmaatje was een vrouw uit Bosnië. Ze wilde haar Nederlands verbeteren en we spraken over alledaagse onderwerpen. Naarmate het vertrouwen groeide, kregen de gesprekken meer diepgang en kwam ze ook met problemen en vragen. Ze wilde bijvoorbeeld solliciteren en vroeg mij haar brief te bekijken. Ze heeft nu werk en er is een warme vriendschap gegroeid.’ Jenny doet ook mee aan de maandelijkse kookclub: ‘We maken mooie gerechten, die we samen opeten.’

Vrijwilliger Bertha, taalcafé
Bertha is 63 jaar en gepensioneerd. Omdat ze taal leuk vindt en graag met mensen praat, werd ze taalcafé-vrijwilliger. Ze zegt er veel energie door terug te krijgen en elke keer komt ze fluitend thuis. ‘Voor sommigen is het Taalcafé het eerste stapje om te durven praten. Met een groep van zeven à acht mensen komt iedereen aan de beurt. Spreken en vragen stellen is het belangrijkst, niet lezen en schrijven. We praten over de verschillende manieren waarop woor-den gebruikt kunnen worden, maken woordgrappen en woordspelingen. Durven praten is belangrijk, fouten maken is niet erg.’

Vrijwilligers Peggy en Peta, taal naar werk
Peggy (65) en Peta (57) hebben een eigen adviesbureau, maar daarnaast geven ze als vrijwilliger een cursus om anderstalige Nederlanders te helpen bij het solliciteren en het vinden van werk. Een belangrijk aspect van de cursus is het werken aan meer zelfvertrouwen. Er wordt van alles behandeld: van brieven schrijven en een goed CV maken tot een voicemail inspreken en een sollicitatiegesprek voeren. Verschillen in cultuur en gebruiken krijgen daarbij ook aandacht. ‘Ons vrijwilligerswerk verandert niet alleen de toekomst van de taalvragers, maar ook van onszelf. Het geeft ons het gevoel waardevol te kunnen zijn.’

Bron: Karlien van Bijnen, Julia Voskuil e.a. (2019). Taalhuis. Het Taalhuis bestaat 5 jaar. Dat moet gevierd worden.

Certificering

De certificering van het Taalhuis is iets waar Esther binnen afzienbare tijd mee te maken krijgt. Tel mee met Taal 2020 – 2024 is een actieprogramma van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het programma is gericht op de bevordering van lezen en het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid. Een belangrijk doel is om alle betrokken partners op lokaal en regionaal niveau structureel beter te laten samenwerken. Het gaat daarbij onder meer om bibliotheken, ROC’s, particuliere taalaanbieders, het vrijwilligerswerk, maatschappelijke organisaties (onder andere Vluchtelingen- Werk, Humanitas, Gilde Samenspraak en SeniorWeb) en zorg- en welzijnsinstellingen. Het Digi-Taalhuis wordt daarbij gezien als de meest geëigende samenwerkingsvorm.

Met het oogmerk om de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren, worden vanaf mei 2020 de Digi-Taalhuizen gecertificeerd. De certificering wordt uitgevoerd door de Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur en Taal (CBCT), die daarvoor een budget van 2,5 miljoen euro ontvangt vanuit actieprogramma Tel mee met Taal. Dit met als doel om meer dan 200 Taalhuizen binnen vier jaar te certificeren.5 Het Taalhuis Oostland heeft in 2018 meegedaan aan een pilot om het certificeringsproces uit te proberen. Het Taalhuis is er glansrijk uitgekomen, maar voor een officiële certificering moet het proces opnieuw doorlopen worden. Esther: ‘Wij zijn meer van het gewoon doen en het snel en flexibel onderling regelen. Maar voor de certificering is het van belang dat er allerlei zaken op papier komen, dus dat is iets wat komende tijd extra aandacht behoeft.’

Schrik

Het succes van het Taalhuis is volgens Esther vooral te danken aan het feit dat Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland middelgrote gemeenten zijn. ‘Verbinding maken tussen mensen, organisaties en de samenleving, dat is het waar het bij ons allemaal om draait’, aldus Esther. De gemeenschapszin van de inwoners is groot, men wil graag iets voor een ander doen en de lijnen tussen instanties, organisaties en bedrijven zijn kort. Zaken kunnen daarom relatief snel van de grond komen, zoals het project Taalhuis op recept, waarbij huisartsen hun patiënten die moeite hebben met de Nederlandse taal doorverwijzen naar het Taalhuis. Voorts staat er in samenwerking met VluchtelingenWerk een stage- en banenmarkt op stapel.

WEB-gelden

De Bibliotheek Oostland krijgt voor het Taalhuis subsidie uit het gemeentelijke educatiebudget. Het gaat om gelden die gemeenten van het Rijk krijgen uitgekeerd in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (de zogeheten WEB-gelden). Bibliotheek Oostland ontvangt van Pijnacker-Nootdorp momenteel 25.000 euro en van Lansingerland 80.000 euro. De WEB-subsidie moet overigens elk jaar opnieuw worden aangevraagd, en is daarom een onzekere factor. Bovendien mogen de WEB-gelden niet worden ingezet voor nieuwkomers met een inburgeringsplicht. Een lichtpunt is dat met de nieuwe inburgeringswet die in juli 2021 in werking treedt, de gemeenten weer verantwoordelijk worden voor de inburgering. Van het Rijk ontvangen zij een inburgeringsbudget van waaruit zij naast de financiering van het formele inburgeringsonderwijs van de private taalaanbieders ook subsidie kunnen toekennen aan de non-formele taalondersteuning van het Taalhuis. Hopelijk zal het om realistische bedragen gaan, maar dat moet nog worden bezien. Esther de Wit: ‘Als ik van één ding soms wakker lig, dan is het wel de financiering van het Taalhuis. Als je op dit moment de landelijke noodkreten hoort over de gemeentelijke tekorten op de Wmo en de Jeugdzorg, waaroverheen ook nog eens de kosten van de coronacrisis komen, dan houd ik mijn hart vast. Al heel mijn beroepsleven ben ik afhankelijk geweest van tijdelijke projectgelden en heb ik te maken gehad met bezuinigingen. Voor iedereen die werkzaam is in het sociaal domein, is het de grootste schrik. Dat alles wat je in jaren hebt opgebouwd, in een mum van tijd weer is afgebroken.

Thomas Bersee is zelfstandig adviseur volwasseneneducatie. Hij was werkzaam voor Cinop, Cubiss en Probiblio.

1 Zie voor meer informatie over Taalhuizen en Digi-Taalhuizen:
• KB-website. Digitaalhuis: https://www. bibliotheeknetwerk.nl/basisvaardigheden- volwassenen/digitaalhuis • L&S-website. Taalhuis: https://www.taalhuis. nl/

2 Zie voor meer informatie over Taalhuis Oostland:
• Website Taalhuis Oostland: https://www. bibliotheekoostland.nl/volwassenen/taalhuis- oostland.html
• Bibliotheek Oostland (2017). Meerjarenbeleidsplan 2017 – 2020 https:// www.bibliotheekoostland.nl/dam/bestanden/ 2017/meerjarenplan_2017-2020.pdf
• Karlien van Bijnen, Julia Voskuil e.a. (2019). Taalhuis Oostland bestaat 5 jaar [ter gelegenheid van het eerste lustrum]. Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland

3 Zie voor meer informatie over de PiëzoMethodiek:
• Thomas Bersee (2018). De PiëzoMethodiek. Een totaalaanpak voor participatie en zelfredzaamheid. Sociaal Bestek 3/2018
• Karin Ottenhoff (2018) Piëzo-methode: “Kijken wat iemand kan en wil” https:// www.bibliotheeknetwerk.nl/interview/ piezo-methode-kijken-wat-iemand-kanen- wil
• Movisie (2019): De effectiviteit van de PiëzoMethodiek https://www.movisie.nl/ publicatie/effectiviteit-piezomethodiek • Stichting Piëzo: https://stichtingpiezo.nl/

4 Zie voor meer informatie over het landelijke actieplan Digitale Inclusie en de Informatiepunten Digitale Overheid:
• KB-website, digitale Inclusie: https:// www.bibliotheeknetwerk.nl/basisvaardigheden- volwassenen/digitale-inclusie
• Loek Kusiak (2019): ‘Zelfs de staatssecretaris vindt de online overheid onnodig ingewikkeld.’ Sociaal Bestek https://www. zorgwelzijn.nl/zelfs-de-staatssecretaris- vindt-de-online-overheid-onnodig-ingewikkeld/

5 Zie voor meer informatie over het actieprogramma Tel mee met taal en de certificering van de Taalhuizen:
• TmmT-website: https://www.telmeemettaal. nl/ • CBTC-website: https://certificeringsorganisatie. nl/taalhuizen/


    Warning: Undefined array key -1 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/sociaalbestekpremium.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 955
  • Taalhuis Oostland (copy)

    Vorige artikel

    Warning: Undefined array key 0 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/sociaalbestekpremium.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 918
  • Taalhuis Oostland (copy)

    Volgende artikel

Sociaal Bestek is een uitgave van Virtùmedia.

Redactie

Yvet Bommeljé, voorzitter redactie
János Betkó, lid
Nora Kasmi, lid
Codrik van de Wetering, lid
Tea Keijl, eindredacteur
Maaike Gunsing, webredacteur
Email

Klantenservice

Virtumedia
Postbus 595
3700 AN Zeist
+31 (0) 85 040 74 00
Email